esso_ankerB_p25-p98.pdf

2 pagina's · DoclingDocument 1.10.0 · document_id: esso_anker

[afbeelding]

3.9.2

De integriteit en goede werking van de brandveiligheidsvoorzieningen moeten middels een onderhoud- en testinspectiesysteem worden bewaakt. De resultaten en de voortgang van het onderhoud, de testen en de inspecties moeten geregistreerd worden De rapportages van onderhoud, testen en inspecties moeten op de inrichting beschikbaar zijn en op verzoek van de toezichthoudende ambtenaren kunnen worden overiegd.

Aan de bewaartermijnen van de rapportages worden de volgende eisen gesteld:

3.9.3

BIJ buiten bedrijfsstelling (met veriies van functionaliteit) van (delen van) het bluswatersysteem en/of brandbeveiligingsvoorzieningen, zal vergunninghouder vervangende en gelijkwaardige maatregelen moeten nemen, dan wel de procesvoering aanpassen aan het gewijzigde veiligheidsniveau.

Het bevoegd gezag en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, afdeling Industriële Veiligheid moeten in het geval, zoals hierboven is beschreven, minimaal drie werkdagen voorafgaande hieraan schriftelijk worden geïnformeerd. In andere gevallen moet deze melding onvenA/ijld plaats vinden.

3.9.4

Het bluswatersysteem moet minimaal tweemaal per jaar worden gespoeld met een doelmatig spoelprogramma om aangroei te verwijderen. Het spoelprogramma moet zijn opgenomen in het inspectie-, onderhouds- en testsysteem.

3.9.5

Eens per drie jaar wordt een capaciteitstest van de bovengrondse brandkranen gehouden, waarbij wordt bepaald of wordt voldaan aan de in deze vergunning gestelde capaciteitseis van 360 "^^Ih voor drie bovengrondse brandkranen. Deze capaciteitstest wordt uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijn NFPA-25. De resultaten van deze inspectie moeten worden vastgelegd in een register dat gedurende de levensduur van de betreffende apparatuur bewaard moet blijven.

3.9.6

Niet gecertificeerde brandbeveiligingssystemen moeten bij ingrijpende wijzigingen en bij vervanging een oplevertest/ acceptatie test ondergaan zoals voorgeschreven in de betreffende NFPA norm geldend voor het betreffende brandbeveiligingssysteem. De rapportage / resultaten van deze tests moeten gedurende de levensduur van het brandveiligheidssysteem bewaard blijven.

[afbeelding]

ZUID

10.2 Controlegebouw

10.2.1

Een controlegebouw moet voldoen aan de eisen zoals vermeld in de door het directoraatgeneraal van de Arbeid uitgegeven vooriichtingsblad CV 14 " Veiligheid van gebouwen in de procesindustrie", eerste druk 1989.

In een controlegebouw moet een overdruk worden gehandhaafd. Het kanaal waardoor de luchttoevoer voor de ventilatie plaatsvindt, moet zijn gemaakt van onbrandbaar materiaal, bepaald overeenkomstig de norm NEN 6064 vigerende tijdens de bouw van het controlegebouw.

Alle buitendeuren van een controlegebouw moeten zelfsluitend zijn en een brandwerendheid bezitten van ten minste 30 minuten, bepaald overeenkomstig de norm NEN 6069, vigerende tijdens de bouw van het controlegebouw.

10.3 Procesvoering

10.3.1

Bij stroomstoring en/of storing in de toevoer van instrumentenlucht moeten de voor de procesbeveiliging van belang zijnde kleppen en/of afsluiters in de veilige stand komen.

10.3.2

In de controlekamer moet een duidelijke instructie voor het bedienend personeel aanwezig zijn, waarin voor de volgende gevallen de te volgen handelwijze is aangegeven:

Het bedienend personeel moet volgens deze instructie werken.

10.3.3

Om een veilige en milieuhygiënisch veranhA/oorde bedrijfsvoering te waarborgen, in- en uitbedrijfname inbegrepen, moet ten minste voor de hieronder genoemde installatieonderdelen een noodenergievoorziening met voldoende capaciteit aanwezig zijn:

alarmeringen en instrumentele beveiligingen met meldsysteem en besturing.

10.3.4

10.3.4 Het aanbrengen van wijzigingen in zowel het procesbesturingssysteem als het procesbeveiligingssysteem mag alleen via een, vooraf opgestelde, schriftelijke procedure en slechts door deskundig en daartoe geautoriseerd personeel worden uitgevoerd. Procesgerelateerde wijzigingen dienen bekend te zijn bij het bedienend personeel. Deze wijzigingen moeten worden vastgelegd. Aan de wijziging moet een risicoanalyse vooraf zijn van wijzigingen in zowel het procesbesturingssysteem als het en Deze

gegaan.