voorschrift 3.11.4;
voorschrift 7.4.5. 6.5.2 Een opslagtank voor de opslag tot 10 m 3 kooldioxide moet op tenminste één meter van de erfgrens zijn geplaatst.
eventuele vervangingen van maatregelen uit het vorige energieplan door gelijkwaardige energiebesparende maatregelen zoals bedoeld in voorschrift 7.1.6, dit ook vergezeld van motivering;
eventuele energiegerelateerde investeringsbeslissingen zoals bedoeld in voorschrift 7.1.8, dit ook vergezeld van motivering. Het geactualiseerde energieonderzoek wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. Indien het bevoegd gezag dit nodig acht, moet het energieonderzoek worden aangevuld en opnieuw worden aangeboden conform dit voorschrift. 7.1.8 Bij het nemen van energierelevante investeringsbeslissingen moet vergunninghouder energiezuinigere alternatieven onderzoeken, tenzij deze beslissing betrekking heeft op maatregelen die al in het energieplan zijn opgenomen. Indien een energiezuiniger alternatief in vijf jaar of minder terug te verdienen is, moet voor dat alternatief gekozen worden. De gemaakte keuzes moeten worden gemeld en onderbouwd in de vierjaarlijkse rapportage, zoals beschreven in voorschrift 7.1.7. Investeringen in verband met de aangevraagde verandering van de inrichting worden in elk geval als energierelevant gezien. 7.1.9 In het geval dat de auditplicht op basis van de nationale implementatie van de Europese Richtlijn energie-efficiëntie niet langer geldt voor vergunninghouder, stelt de vergunninghouder het bevoegd gezag hiervan onverwijld in kennis. 32/84 Ons kenmerk: 9999174593_9999901179 7.1.10 Vergunninghouder implementeert een energiezorgsysteem dat voorziet in maandelijkse registratie van alle ingekochte energiedragers en jaarlijkse analyse hiervan. De resultaten van deze analyse worden teruggekoppeld aan het management. Zo nodig worden voor relevante bedrijfsonderdelen separate energieverbruiksmeters geïnstalleerd.